Woordenschat
In het nieuwkomersonderwijs dient aan woordenschatontwikkeling gestructureerd en systematisch aandacht besteed te worden. Van onschatbare waarde is de competentie van leerkrachten om op een goede manier met woordenschatontwikkeling bezig te zijn.
Woordenschat is als afzonderlijke leerlijn opgenomen om het belang ervan te benadrukken. Als einddoel van het nieuwkomersonderwijs geven we per instroommoment het aantal woorden dat Nederlandstalige kinderen actief en passief beheersen. Aangezien woordenschatontwikkeling sterk contextafhankelijk is, geven we geen indicatoren per fase: we verwijzen per fase naar bestaande frequentielijsten waarop het woordenschataanbod gecheckt kan worden. Welke woorden nieuwkomers op welk moment moeten kennen, is sterk afhankelijk van de leermiddelen die in het nieuwkomersonderwijs gebruikt worden en van de keuzes die leerkrachten/teams maken. De leermiddelen voor het begin van het nieuwkomersonderwijs bevatten over het algemeen wel dezelfde thema's, maar de keuze voor de beheersing van woorden is gevarieerd.

Hulpmiddelen bij het gestructureerd en systematisch aanbieden van de woordenschat zijn bestaande (frequentie)lijsten. Per fase kan gecheckt worden of leerlingen de woorden van de genoemde frequentielijsten beheersen. Om die reden noemen we lijsten per fase. De Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters (BAK, 2009) en de Woordenlijst Amsterdamse kinderen, de WAK zijn goed te gebruiken. Wel zit er overlap tussen de verschillende lijsten. Om die reden is het belangrijk het aantal woorden voor actieve beheersing zoals genoemd in het einddoel als richtlijn te nemen.
In de meeste lijsten zijn de woorden thematisch gegroepeerd; per fase kan zo ook gekeken worden of bepaalde thema's aan bod gekomen zijn. De keuze en de volgorde van die thema's zijn vrij arbitrair. Zoals gezegd, woordenschatontwikkeling is sterk afhankelijk van de leermiddelen die gebruikt worden, de onderwerpen waarvoor de leerkracht/het team kiest en de buitenschoolse activiteiten van de leerlingen.

Voor de aanbieding van woorden zijn de volgende uitgangspunten belangrijk: is het woord frequent, is het woord nuttig, is het nodig in de context? Bij overdracht van de leerling naar het reguliere onderwijs is het zinvol iets te zeggen over de woordenschatontwikkeling van de leerling, bijvoorbeeld aan de hand van thema's of aan de hand van de gebruikte leermiddelen. Ook in het reguliere onderwijs moet de leerling bewust bezig blijven met de ontwikkeling van de woordenschat. Voor meer informatie rond woordenschatontwikkeling zie bijvoorbeeld de kwaliteitskaarten woordenschat.