Woord- en zinsvorming
Bij woord- en zinsvorming gaat het erom dat leerlingen (Nederlandse) taalstructuren kunnen begrijpen en toepassen om Nederlandse woorden en zinnen te begrijpen en te vormen tijdens dagelijkse gesprekjes en speelleeractiviteiten in de klas met de leerkracht en andere kinderen.

De opbouw van de taalbouwstenen 'woord- en zinsvorming' loopt enigszins synchroon met de volgorde waarin kinderen met het Nederlands als moedertaal deze aspecten verwerven. Daarnaast is er ook sprake van een zekere voorwaardelijkheid. Bijvoorbeeld: leerlingen zullen eerst  een lidwoord moeten beheersen voor ze een correct bijvoeglijk naamwoord kunnen vormen.