Luisteren
Met luisteren wordt in eerste instantie vooral het luisteren zonder interactie bedoeld in functionele communicatieve situaties.

Voor nieuwkomersleerlingen is het zeker in de eerste periode moeilijk om aan interactie deel te nemen. Om te weten of leerlingen iets begrepen hebben is een andere vaardigheid nodig zoals spreken, schrijven of tekenen. Er zijn daarom ook einddoelen voor spreken cursief opgenomen.

In het taalverwervingsonderwijs wordt de eerste periode de receptieve of 'stille' periode genoemd. Leerlingen kunnen pas de Nederlandse taal gaan gebruiken als ze die al dan niet 'bewust' gehoord hebben. Hoelang de 'stille' periode duurt is per leerling verschillend. Meestal voelen leerlingen, als ze eenmaal gewend zijn op school wel de behoefte zich te gaan uiten.
Luisteren is zeer belangrijk voor het vergroten van de woordenschat en om kennis van de wereld op te doen. De woordenschatontwikkeling en de klankvorming zijn ondersteunende vaardigheden bij luisteren.