Toetsen van nieuwkomersleerlingen
Bij toetsing zijn altijd de volgende vragen van belang:
  • Wat toets je?
  • Waarom toets je: wat wil je weten?
  • Hoe toets je (welke toets)? 
  • Wanneer toets je?
  • Wie beoordeelt het?
Bij het toetsen van nieuwkomersleerlingen is de vraag: Waarom toets je, wat wil je weten?
  1. Wil je weten of de leerlingen vooruitgaan ten opzichte van een eerder meetmoment? Hier gaat het om inzicht in vorderingen. 
  2. Wil je diagnosticeren waar problemen zitten om daaraan te gaan werken? Dan gaat het om inzicht in sterktes en zwaktes van leerlingen om het onderwijsprogramma aan te passen. Dit kan ook op individueel niveau.
  3. Wil je weten hoe de taalvaardigheid van de leerlingen zich verhoudt tot een landelijk gemiddelde? Dit kan leiden tot een verbetering van het hele onderwijsprogramma.

Waarmee ga je meten?

  1. Als je inzicht wilt in de vorderingen van leerlingen, dan kan je dit meten met methode- gebonden toetsen. Het zou ook kunnen met methode-onafhankelijke toetsen (LVS), maar deze zijn in de beginperiode minder geschikt voor de doelgroep.
  2. Voor het diagnosticeren kun je wel methode-gebonden toetsen gebruiken, als die voldoende inzicht in sterkte en zwakte geven. Ook zelfgemaakte diagnostische  toetsen, gericht op het analyseren van sterkte en zwakte kun je gebruiken.
  3. Om te weten hoe de taalvaardigheid van de nieuwkomer zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde kun je gestandaardiseerde toetsen (bijvoorbeeld Cito-toetsen, Diataal enzovoort) inzetten. Bij de overdracht naar het reguliere onderwijs wordt vaak gevraagd naar de score op gestandaardiseerde toetsen. Hieraan kleven bezwaren. Ten eerste past de gestandaardiseerde toets over het algemeen niet bij het onderwijsaanbod dat de nieuwkomer heeft gehad. Ten tweede past ook de context van de toets niet bij de nieuwkomer: de nieuwkomer is over het algemeen ouder dan de leerling waarvoor de gestandaardiseerde toets ontworpen is. Een ander bezwaar is dat de gestandaardiseerde toets voor kinderen uit de Nederlandse cultuur is ontworpen.

Tips rond toetsen

  • Bedenk goed waarom je wilt toetsen.
  • Kijk op de website van de Inspectie van het Onderwijs voor de eisen.
  • Let op de validiteit van de toets (meet de toets wat je wilt meten?) en op de betrouwbaarheid (maakt de toets voldoende onderscheid tussen de leerlingen?).
  • Voor woordenschattoetsen betekent dit bijvoorbeeld dat de toets alleen valide is als hij de woorden toetst die je hebt aangeboden.
  • Vul toetsgegevens altijd aan met eigen observaties: tijdrovend, maar heel effectief is het analyseren van spontane taal van de leerlingen.
  • Werk cyclisch (zie opbrengstgericht- en handelingsgericht werken).
  • Bedenk dat er weinig specifieke toetsen voor deze doelgroep beschikbaar zijn: je eigen expertise is waarschijnlijk de belangrijkste 'toets' om de opbrengsten in kaart te brengen en te verhogen! Uit praktijkervaring blijkt dat je in ieder geval de DMT-toets kan afnemen en de TAK toets op die onderdelen die je hebt aangeboden.